Van mobiliteitscrisis naar mobiliteitsplan

Van mobiliteitscrisis naar mobiliteitsplan

De mobiliteitscrisis is een feit. Dat was al zo in 2017 en dat zal in 2018 niet beteren. Wat het nieuwe jaar wel brengt is een wettelijk kader om de innoverende visie op flexibel loon in te zetten als middel in de mobiliteitscrisis. Want nu kan u naast de bedrijfswagen ook een heel arsenaal alternatieve mobiliteitsmiddelen aan uw medewerkers aanbieden.

Het concept van een flexibel loonbeleid is als volgt: bestaande loonvoordelen (doorgaans voordelen in natura) worden omgezet naar een budget. Aan de hand van dat budget kan de werknemer dan zelf keuzes maken. Hij kan met andere woorden kiezen uit de bestaande voordelen in natura (of in geld uiteraard ook). Zo kan hij voordelen kiezen die veel beter afgestemd zijn op zijn persoonlijke behoeften, voorkeuren en waarden.

Win-win voor werknemer en werkgever

Uit de praktijk blijkt dat de tevredenheid van de werknemers met hun loon hiermee exponentieel toeneemt. Niet de omvang van het voordeel is dan doorslaggevend, maar wel het feit van de persoonlijke keuze.

Voor de werkgever komt er geen werkgeverskost bij, want het gaat om een operatie met gesloten beurs. De financiering van de gekozen voordelen gebeurt met de middelen die vrijkomen door de afschaffing van andere looncomponenten.

Mogelijke oplossing voor mobiliteitscrisis

Juridisch en administratief-technisch komt er bij zo een ‘loon-op-maat’ wel een en ander om de hoek kijken. Acerta heeft processen en geautomatiseerde toepassingen ontwikkeld die deze ongemakken opvangen. Zo biedt het Benefit Motivation Plan uitstekende oplossingen. Het is niet de bedoeling van dit artikel om hier op te focussen, wel om aan te tonen dat  deze nieuwe en innoverende visie op flexibel loon het geknipte middel is om in te zetten in de mobiliteitscrisis.

In een klassiek loonbeleid met bedrijfswagens worden werknemers doorgaans ingedeeld in bepaalde categorieën, en elke categorie kan dan tot een bepaald budget een auto kiezen. Waarbij we dan tot de wat absurde situatie komen dat die werknemers dat budget tot de laatste cent willen of moeten besteden aan die salariswagen omdat ze anders het geld van dat budget ‘kwijt’ zijn. En nog gekker wordt het dat werknemers die eigenlijk geen bedrijfswagen nodig hebben (omdat er thuis al een gezinswagen is of omdat de partner ook al een bedrijfswagen heeft…) er toch een moet kiezen, om dezelfde reden.

In de flexibele verloning zoals in het Benefit Motivation Plan, is die ongerijmdheid uit de wereld geholpen. Werknemers die hun budget niet opgebruiken, een kleinere wagen kiezen of zelfs helemaal geen wagen kiezen, zijn dat geld niet ‘kwijt’. Ze kunnen het aan andere voordelen besteden, voordelen die ze zelf kiezen.

Van loonbeleid naar mobiliteitsbeleid

Dat is niet alleen een nuttig effect van het nieuwe flexibele loonbeleid, maar dat loonbeleid kan zich zelfs omvormen tot een echt mobiliteitsbeleid.

De werkgever kan immers zeer bewust een resem van alternatieve mobiliteitsmiddelen als keuze aanbieden. De werknemer kan dan die mobiliteitsmiddelen kiezen die het beste passen bij zijn persoonlijke mobiliteitsbehoeften. Het nieuwe flexibele loonbeleid wordt dan een slim mobiliteitsplan dat de mobiliteitscrisis met verstand kan aanpakken.

Uit onze ervaring blijkt dat dit werkt. De persoonlijke keuze die de werknemer krijgt om zelf zijn loon samen te stellen werkt erg enthousiasmerend. De motivatie om met de beschikbare middelen – het budget – de slimste manier te zoeken om zich te verplaatsen, is groot. Voor de ene betekent dit dat hij tot een Park & Ride rijdt en daar het openbaar vervoer neemt. De andere kiest voor de bedrijfsfiets en de fietsvergoeding. En nog een andere neemt een treinabonnement eerste klas.

Onze voorbeelden hebben al een maatschappelijk draagvlak en het beleid ziet er duidelijk ook brood in, want verschillende overheidsinitiatieven hebben ondertussen het licht gezien.

Wettelijk kader in de maak

Zo is er in het Zomerakkoord van de regering een maatregel opgenomen die voorziet dat werknemers de mogelijkheid moeten krijgen om hun bedrijfswagen om te ruilen voor geld.

Daar kan wel enige kritiek op gegeven worden, want de keuze zal beperkt zijn tot geld (de zogenaamde ‘cash for car’). En is dus eveneens beperkt tot de werknemers met een bedrijfswagen. De impact op de mobiliteitscrisis zal dus niet zo groot zijn en de auteurs hebben hier kansen laten liggen.

Dat is echter niet het geval met een initiatief van de sociale partners zelf. In een gemeenschappelijk advies van de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ontwikkelen die een heel doordacht alternatief. Hun plan voor een ‘mobiliteitsbudget’ heeft ook betrekking op de werknemers die geen bedrijfswagen hebben en de keuzes strekken zich uit tot alle mobiliteitsmiddelen. De mogelijke impact van dit alternatief kan dus veel groter zijn dan het regeringsontwerp.

Naar verluidt is het Zomerakkoord nu aangepast zodat in 2018 beide voorstellen in elkaar zouden geschoven kunnen worden.

Starten met mobiliteitsbudget kan nu al

Let wel deze initiatieven van de overheid zijn geen noodzakelijke voorwaarde om met een mobiliteitsbudget van start te kunnen gaan. Ze maken het juridisch wel een stuk makkelijker, doordat ze aan het mobiliteitsbudget hetzelfde sociaal en fiscaal gunstige statuut geven als aan de bedrijfswagen. In die nieuwe wettelijke context zal een werknemer zich dus niet meer moeten laten leiden door de winst die hij maakt met zijn bedrijfswagen in zijn mobiliteitskeuzes. Met andere woorden, die keuzes worden financieel neutraal voor hem en hij kan zich dan ook volledig laten leiden door de meest rationele manier om zich te verplaatsen.

Ook nu, in de huidige situatie, zijn er al mobiliteitskeuzes mogelijk die sociaal en fiscaal interessant zijn voor werknemer en werkgever.

Wilt u hier meer over weten?

Volg dan deze opleidingen: