Het pensioen van de ambtenaar: dit zijn de wijzigingen

Het pensioen van de ambtenaar: dit zijn de wijzigingen

Op 17 april 2018 verscheen in het Belgisch Staatsblad een wet van 30 maart 2018 die twee belangrijke wijzigingen met zich meebrengt inzake het pensioen van ambtenaren. Het gemengd pensioen doet zijn intrede en het aanvullend pensioen wordt gestimuleerd. We leggen uit.

Aan de bestaande regeling waarbij prestaties als contractant bij een publieke werkgever mee in aanmerking genomen worden in de berekening van het overheidspensioen, indien deze diensten worden gevolgd door een vaste benoeming, komt een einde.

Gemengd pensioen

Voortaan zullen contractuele personeelsleden, die pas na 30 november 2017 vastbenoemd worden, een gemengd pensioen ontvangen. Dit wil zeggen dat zij enkel voor hun statutaire diensten een overheidspensioen ontvangen. Voor hun contractuele diensten krijgen ze een werknemerspensioen.

Voor de personeelsleden die reeds vóór deze datum vastbenoemd werden, blijft de oude regeling van kracht.

Deze eerste maatregel treedt in werking op 1 mei 2018, met terugwerkende kracht tot 1 december 2017.

Stimulans aanvullend pensioen

Met een tweede maatregel wil de regering de lokale besturen aanmoedigen om een aanvullend pensioenstelsel uit te werken voor hun contractuele personeelsleden.

De reden hiervoor is te vinden in het feit dat de invoering van het gemengd pensioen een tekort aan pensioeninkomsten met zich meebrengt. Om dit te compenseren voorziet de federale regering in een korting op de responsabiliseringsfactuur (tot 50 % van de gemaakte kost voor de financiering van een aanvullend pensioenstelsel), weliswaar onder bepaalde voorwaarden.

Zo wordt deze korting slechts toegekend indien de pensioenbijdrage voor het aanvullend pensioen minstens 2% bedraagt in 2020 en minstens 3% in 2021. Bovendien geldt de aftrek enkel voor de werkgevers die een responsabiliseringsbijdrage moeten betalen.

De aftrek zal voor het eerst toegepast worden op de responsabiliseringsfactuur 2019.

Andere maatregelen

Ook de andere openbare besturen en de overheidsbedrijven worden aangemoedigd om een aanvullend pensioen te ontwikkelen voor hun contractuele personeelsleden. Daartoe werd in de WAP-wet een nieuw hoofdstuk (Publieke pensioentoezeggingen) ingevoerd, dat beter aansluit op de bijzonderheden die eigen zijn aan de publieke sector.

De responsabiliseringsbijdrage is pas definitief verschuldigd in het jaar volgend op het jaar waarop ze betrekking heeft. Indien de factuur pas op dat moment betaald wordt, wil dit zeggen dat het Gesolidariseerde pensioenfonds de pensioenen ruim een jaar moet prefinancieren, met de nodige thesaurieproblemen voor gevolg.  Om dit te vermijden zullen de lokale besturen de bijdrage moeten betalen in het jaar waarop ze betrekking heeft. Hiertoe wordt gewerkt met maandelijkse voorschotten (reeds vanaf 10 juni 2018).

Tot slot wordt een deel van de opbrengst van de loonmatigingsbijdrage toegewezen aan het Gesolidariseerde Pensioenfonds van de provinciale en lokale besturen.

Meer weten?