Mobiliteitsbudget en -vergoeding: stapsgewijs vooruit

Mobiliteitsbudget en –vergoeding: stapsgewijs vooruit

In maart 2018 werd de mobiliteitsvergoeding, in de volksmond cash for cars, doorgevoerd. Tot nu toe merken we dat de mobiliteitsvergoeding zeer weinig succes kent. Allicht omdat de meeste werknemers en werknemers wachten op de definitieve inwerkingtreding van het mobiliteitsbudget wat meer flexibiliteit biedt dan de mobiliteitsvergoeding. Wat is nu de stand van zaken?

Het initiatief tot invoering van de regeling van cash for cars ligt bij de werkgever. Die beslist zelf of hij de regeling zal invoeren en voor welke werknemers mits ze natuurlijk aan de wettelijke voorwaarden voldoen. Bovendien mag de werknemer ook kiezen of hij ingaat op het voorstel of liever zijn bedrijfswagen behoudt.  De wagen inruilen voor een geldbedrag loont vaak enkel bij een bescheiden woon-werkverkeerafstand. Het jaarlijks geldbedrag wordt berekend als volgt: 20% van 6/7de van de cataloguswaarde van het ingeleverde voertuig.

Op de mobiliteitsvergoeding betaal je geen RSZ, wél een solidariteitsbijdrage. Ze wordt fiscaal beschouwd als een voordeel alle aard en de fiscaliteit lijkt heel erg op die van de bedrijfswagen. De persoonlijke bijdrage van je werknemer wordt net zoals in het geval van de bedrijfswagen in mindering gebracht van het belastbaar voordeel. Daar tegenover staat dat de werkgever het woon-werkverkeer niet meer hoeft te vergoeden.

Wijzigingen op til voor de mobiliteitsvergoeding

Tot voor kort was het de bedoeling dat het bedrag van de mobiliteitsvergoeding werd vastgezet en enkel zou evolueren in functie van de index maar niet in functie van de loopbaan van de werknemer. Een werknemer die dus promotie maakt, ziet zijn mobiliteitsvergoeding niet stijgen. Dit zou niet eerlijk zijn tegenover een werknemer die kiest voor een mobiliteitsbudget waarbij wel voorzien is in een verhoging bij promotie of functiewijziging.

Daarom ligt er nu een wetsontwerp klaar dat de mobiliteitsvergoeding wél koppelt aan de loopbaan van de werknemer. In die zin zal de mobiliteitsvergoeding beter afgestemd worden op het mobiliteitsbudget.

Een andere belangrijke wijziging aan de mobiliteitsvergoeding heeft betrekking op het toepassingsgebied. Voortaan zullen ook werknemers die op basis van hun functiecategorie aanspraak kunnen maken op een bedrijfswagen (maar er niet effectief één hebben), een mobiliteitsvergoeding kunnen aanvragen.

De wijzigingen zullen in werking treden zodra er een publicatie is in het Belgisch Staatsblad.

Mobiliteitsbudget in de maak

Het mobiliteitsbudget reikt verder omdat het meer mogelijkheden biedt en vaak interessant is voor kilometervreters. De total cost of ownership van een bedrijfswagen kan in dit geval wel worden ingewisseld voor een milieuvriendelijke wagen met een lagere CO2-uitstoot, een hybride of elektrische wagen. Het bedrag dat overblijft, kan je investeren in duurzame vervoersmiddelen zoals trein, bus of fiets. Je werknemer krijgt dus een jaarlijks budget om zelf zijn vervoer te kiezen en te financieren. Op het overblijvende bedrag dat cash wordt uitbetaald, worden wel sociale bijdragen betaald van 38,07%.

Opdat het mobiliteitsbudget effectief zou kunnen worden toegepast, wachten we nog op de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Fietsen

Wist je trouwens dat het mogelijk is om zowel een bedrijfsfiets ter beschikking te stellen en hier bovenop nog een fietsvergoeding te betalen, volledig vrij van bedrijfsvoorheffing en RSZ?

De wetgever wil op deze manier werkgevers en werknemers stimuleren om woonwerk-verkeer met de fiets te doen.

En zo zet onze overheid beetje per beetje stappen in de goede richting.

Praktisch toepassen

Wil je weten hoe je al die verschillende mobiliteitsoplossingen nu in de praktijk toepast? Check dan de opleiding Van mobiliteitsbudget tot fietsvergoeding: alle regels in de praktijk.